Belanghebbende, een autohandel- en autoschadeherstelbedrijf, kocht een gebruikte Volkswagen Tiguan met schade in Duitsland en deed aangifte BPM waarbij zij een schadecorrectie toepaste op de handelsinkoopwaarde. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en boete op omdat hij de schadecorrectie niet accepteerde.
De rechtbank handhaafde de naheffingsaanslag en boete, maar het Hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende bewijs leverde dat de schadecorrectie onjuist was en dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat er meer dan normale gebruiksschade was. Het Hof matigde de schadecorrectie naar 25% van de opgevoerde herstelkosten en paste een norm van 72% toe, wat resulteerde in een lagere BPM-schuld.
Verder oordeelde het Hof dat belanghebbende de vereiste aangifte had gedaan en dat er geen sprake was van opzet, waardoor de boete werd vernietigd. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraken op bezwaar, matigde de naheffingsaanslag tot €1.372 en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.