Belanghebbende kocht in Duitsland een gebruikte BMW X5 met schade en deed aangifte BPM in Nederland. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op, die deels werd verminderd bij bezwaar, maar door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep stond de juistheid van de naheffingsaanslag ter discussie, met name de handelsinkoopwaarde en de schadecorrectie.
Het Hof oordeelde dat de bewijslast voor de waarde van referentieauto’s bij de Inspecteur ligt, terwijl belanghebbende de omvang en invloed van de schade moet aannemelijk maken. De taxatiemethodiek van belanghebbende, waarbij gebruik werd gemaakt van een koerslijst gecombineerd met een taxatierapport, werd toegestaan. De door de Inspecteur gehanteerde hogere handelsinkoopwaarde kon niet worden bewezen.
De schade werd door het Hof vastgesteld op € 2.000 inclusief BTW, maar de invloed daarvan op de waarde werd vastgesteld op € 1.440, gebaseerd op een door het Verbond van Verzekeraars geaccepteerde norm. Op basis hiervan werd de naheffingsaanslag verminderd tot € 551. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend, waarbij een matiging van de forfaitaire vergoeding werd toegepast vanwege bijzondere omstandigheden.