Uitspraak
Volkswagen Bank,
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
heeft allereerst actief meegewerkt aan een constructie waarbij de onderhavige
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Volkswagen Bank GmbH heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland inzake de levering en eigendom van twee auto's die op naam van HSC Beheer B.V. zouden zijn gesteld. De bank stelde dat de bestuurder onrechtmatig had gehandeld door auto's niet aan HSC te leveren, maar aan een privé-persoon, en vorderde bewijs voor een vooropgezet plan.
Tijdens het hoger beroep zijn getuigenverhoren gehouden waarbij twee getuigen verklaringen aflegden over de aankoop en levering van de auto's, de administratie en vermeende vervalsingen van handtekeningen. De verklaringen waren echter tegenstrijdig en boden onvoldoende bewijs om het onrechtmatig handelen van de bestuurder vast te stellen.
Het hof overwoog dat ondanks de verklaringen van de getuigen, de bewijsopdracht niet was geslaagd. De bank kon niet aantonen dat de auto's daadwerkelijk niet aan HSC waren geleverd zoals gesteld, noch dat er een vooropgezet plan bestond tussen de bestuurder en een derde. Daarom werden de grieven van de bank verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
De bank werd veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de wederpartij nihil werden begroot. Het arrest werd uitgesproken door het hof te Leeuwarden op 25 juli 2017.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van Volkswagen Bank af wegens onvoldoende bewijs.