ECLI:NL:PHR:2005:AT4075
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurkoopovereenkomst en levering auto: tegenbewijs levering niet geslaagd
In deze zaak draait het om de vraag of eiser tegenbewijs heeft geleverd tegen de in een schriftelijke huurkoopovereenkomst opgenomen verklaring dat hij de auto overeenkomstig artikel 7A:1576l BW heeft ontvangen. Eiser had een huurkoopcontract gesloten met Autocenter [B] en Mefin Financieringen B.V. was de rechtsopvolger van de leverancier. Eiser stelde dat de auto niet aan hem was geleverd, onderbouwd met een brief waarin hij de koop wilde annuleren en een factuur waarop de levering aan een derde was vermeld.
De rechtbank en het hof wezen de vordering van Mefin toe en verwierpen het verweer van eiser. Het hof oordeelde dat de schriftelijke verklaring van levering in de overeenkomst dwingend bewijs vormt, waartegen alleen met overtuigend tegenbewijs kan worden opgekomen. De brief en factuur boden onvoldoende tegenbewijs, mede omdat Mefin ontkende de annulering te hebben geaccepteerd en eiser geen bewijs van schuldoverneming door de derde had geleverd.
In cassatie stelde eiser dat de leverancier als gevolmachtigde van Mefin handelde en dat levering aan de derde Mefin bekend was, wat tegenbewijs zou vormen. De Hoge Raad verwierp dit middel omdat het geen concrete rechtsklacht bevatte en het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld. De waardering van het bewijs is aan het hof als feitenrechter voorbehouden. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de auto aan eiser is geleverd en verwerpt het cassatieberoep.