Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
1.[geïntimeerde1] , en
[geïntimeerde2] ,
[geïntimeerden] c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In eerste aanleg werd een verstekvonnis gewezen tegen appellant, waarna verzet en vervolgprocedures volgden. Appellant stelde hoger beroep in tegen het eindvonnis van 30 november 2016. Voor het indienen van de memorie van grieven werd uitstel verleend tot 20 juni 2017, maar appellant diende geen grieven in. Op diezelfde datum trok zijn advocaat zich terug, waarna appellant twee weken extra uitstel kreeg om een nieuwe advocaat te stellen. Dit gebeurde niet.
Het hof constateerde dat het recht om grieven te dienen daardoor vervallen was, conform de toepasselijke procesregels (art. 133 lid 4 Rv Pro en art. 1.7 Lpr). Omdat appellant geen grieven had ontwikkeld en het bestreden vonnis niet in strijd was met openbare orde, werd het hoger beroep verworpen. Tevens werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, vastgesteld op een bedrag van €1.163,-.
Het arrest werd op 1 augustus 2017 uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, waarbij de rolraadsheer en griffier aanwezig waren.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen wegens het niet dienen van de memorie van grieven en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.