ECLI:NL:GHARL:2017:6647

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 juli 2017
Publicatiedatum
2 augustus 2017
Zaaknummer
200.162.815
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechters WAHV-zaak

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen alle rechters die deel uitmaakten van de kamer voor de behandeling van zijn hoger beroep in een WAHV-zaak. Hij stelde dat de namen van de rechters niet bekend waren gemaakt en dat de kamer de juridische procedures niet correct had uitgevoerd, met name omtrent het niet oproepen van getuigen.

De wrakingskamer stelde vast dat wraking alleen mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van een rechter kunnen aantasten. Er was echter geen enkele aanwijzing dat een raadsheer zijn naam had geweigerd bekend te maken of dat er andere gronden voor wraking bestonden. De brief van de griffier over het niet oproepen van getuigen was een procedurele mededeling en geen beslissing van een raadsheer.

Daarom verklaarde de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek en deed dit zonder verzoeker ter zitting te horen. De beslissing werd genomen door de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 juli 2017.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing.

Uitspraak

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Wrakingskamer
zaaknummer: 200.162.815
WAHV 200.199.665/01

Beslissing van 18 juli 2017

in de zaak van

[X] ,

wonende te [Z] , [a-straat] 77,
verzoeker tot wraking,
strekkende tot wraking van:
alle rechters die deel uitmaken van de kamer voor de behandeling van de zaak met het kenmerk WAHV 200.199.665/01 betrekking hebbende op het CJIB nummer 173857354.

Het verloop van de procedure

In de zaak betreffende de behandeling van het hoger beroep van verzoeker ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) met het nummer 200.199.665/01 is bepaald dat op 23 juni 2017 om 13:00 uur een mondelinge behandeling ter zitting van het hof in Leeuwarden zou plaatsvinden.
In het beroepschrift in het kader van deze WAHV-procedure heeft verzoeker het hof verzocht om getuigen op te roepen en te horen ter zitting.
In de uitnodigingsbrief van 1 juni 2017 voor deze zitting van 23 juni 2017 is door de griffier gemeld dat het hof er op voorhand niet toe zal overgaan om de verzochte getuigen op te roepen. De griffier deelde in de uitnodigingsbrief tevens mee dat de getuigen of deskundigen naar de zitting mee kunnen worden gebracht om daar te worden gehoord.
Bij brief van 12 juni 2017 heeft verzoeker de griffie van de WAHV-zaken bij het hof verzocht om bekend te maken welke personen hebben beslist om de door hem verzochte getuigen niet op te roepen voor de zitting van 23 juni 2017.
In aansluiting hierop heeft verzoeker op 23 juni 2017 het onderhavige wrakingsverzoek ingediend.

Het wrakingsverzoek

Het verzoek tot wraking is gericht tegen alle rechters die deel uitmaken van de kamer voor de behandeling van de zaak met het kenmerk WAHV 200.199.665/01.
Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hem de namen van de rechters die zitting hebben genomen in de kamer voor de behandeling van de WAHV-zaak met het kenmerk WAHV 200.199.665/01 niet bekend zijn gemaakt, en dat deze kamer de juridische procedures rondom de behandeling van het hoger beroep niet correct heeft willen uitvoeren. Aangezien een besluit is genomen omtrent het verzoek tot het oproepen van getuigen, kan van onpartijdigheid geen sprake meer zijn, aldus verzoeker.

De ontvankelijkheid van verzoeker

Wraking van een raadsheer is alleen mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De wrakingskamer is echter niet gebleken dat sprake is van een raadsheer die heeft geweigerd zijn naam bekend te maken. Ook overigens is niets aangevoerd dat een reden zou kunnen zijn voor wraking van enige raadsheer. De brief van 1 juni 2017 waarin wordt gemeld dat op voorhand geen getuigen worden opgeroepen, is een brief van de griffier over de procedure en behelst geen beslissing van een raadsheer.
Nu elke feitelijke onderbouwing ontbreekt, zal verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn wrakingsverzoek. Om die reden beslist de wrakingskamer zonder verzoeker ter zitting te horen.

De beslissing

Het gerechtshof (wrakingskamer):
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Aldus gegeven door mrs. M.W. Zandbergen, L.T. Wemes en A. van Dongen, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. M. Nijhuis, op 18 juli 2017.