Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in turbospoedappel van 30 december 2016 met daarin opgenomen de grieven, met producties;
- de memorie van antwoord van HSM, met producties,
- de memorie van antwoord van TenneT, met producties
- de pleitnotities van de op 17 januari 2017 gehouden pleidooien. Hierbij is akte verleend van de stukken die bij berichten van 16 januari 2017 door mr. Klijn namens STX en bij berichten van 12 en 13 januari 2017 door mr. van Eijck namens HSM zijn ingebracht.
3.De vaststaande feiten
"Yes."
"20160120 Statement ultimate company guarantee single tenderer (template 1)"en
"20160229 Statement ultimate company guarantee consortium (template 2)".
"Tenplate 1: Statement ultimate company guarantee single tenderer"staat voor zover relevant het volgende vermeld:
The provisions as stated in the qualification phase shall be without prejudice applicate to this tender procedure, except where this tendering instructions deviate explicitly from it.
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
a parent companyvan de inschrijver volstaat. Nu STX aan die (minimum-)eis voldoet en de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan, is terecht aan haar gegund, aldus TenneT en STX.
ultimate parent companytot afgifte van een garantie (op het moment dat de opdracht aan de betreffende inschrijver wordt gegund) zoals de aanbestedingsstukken in ieder geval tot 14 september 2016 vereisten, dan wel dat door de beoogde wijziging van de aanbestedingsstukken door TenneT op 14 september 2016, een bereidverklaring van een parent company, niet zijnde de ultimate parent company van de inschrijver, eveneens volstond.
“ready for transport”was en in die zin had te gelden als opgeleverd als bedoeld in de aanbestedingsdocumenten zoals toegelicht in de tweede nota van inlichtingen onder 4. In het licht van hetgeen HSM in aanvulling daarop heeft aangevoerd, mede aan de hand van een foto van het substation, had het weg van STX gelegen om meer concreet aannemelijk te maken dat het substation op de relevante datum nog niet
ready for transportwas. De enkele stelling dat daarvoor nodig is en dat een goed geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver hieruit moet opmaken dat het substation reeds op een
bargein het water zou moeten liggen, is daarvoor in het licht van hetgeen TenneT en HSM hebben aangevoerd en zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, onvoldoende.