Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van het geschil in hoger beroep
- de tot de nalatenschappen behorende woning aan [adres] toegedeeld aan [geïntimeerde 1] , tegen de taxatiewaarde in verhuurde staat van € 56.000,- met dien verstande dat [geïntimeerde 1] aan de overige erfgenamen wegens overbedeling dient te vergoeden een bedrag van € 44.800,-;
- bepaald dat, indien de erfgenamen niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis hun medewerking verlenen aan het passeren van de akte van levering, dit vonnis in de plaats zal treden van dat deel van de akte van levering, waarin de erfgenamen hun medewerking verlenen of dienen te verlenen;
- voor recht verklaard dat [appellant 1] aan de boedel verschuldigd is het saldo van de met de kosten gesaldeerde huuropbrengsten van de genoemde woning over de periode van februari 2007 tot 1 juli 2015, zijnde € 31.200,-;
- bepaald dat alle reeds betaalde (door [appellant 1] voorgeschoten) en nog openstaande rekeningen van de al eerder ingeschakelde boedelnotarissen, alsmede de kosten van een nog in te schakelen notaris ten laste van de boedel worden gebracht en uitbetaald;
- de kosten gecompenseerd zo dat iedere partij de eigen kosten draagt,