Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene is sinds 2010 onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis, waarbij zijn ouders gezamenlijk als curatoren waren benoemd. Na jaren van samenwonen ontstond onenigheid tussen de ouders, waardoor zij niet langer gezamenlijk het curatorschap adequaat konden uitvoeren.
Verzoekster, de moeder, verzocht om het ontslag van de vader als curator zodat zij alleen het curatorschap zou voeren. Het hof oordeelt dat het ontbreken van vertrouwen en overleg tussen de ouders het niet wenselijk maakt dat één ouder exclusief zeggenschap krijgt, omdat dit de belangen van betrokkene en de andere ouder niet voldoende waarborgt.
Daarnaast werd vastgesteld dat verzoekster sinds 2014 geen financiële verantwoording meer had ingediend, en het financiële beheer ondoorzichtig was. Dit versterkt de noodzaak van een onafhankelijke derde als curator.
Het hof bekrachtigt het ontslag van beide ouders als curatoren en bevestigt de benoeming van een onafhankelijke curator, met de aanbeveling om de ouders zoveel mogelijk ruimte te geven in hun ouderlijke rol. Tevens wordt geadviseerd om de zorg voor betrokkene te evalueren met betrekking tot mentorschap en bewind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van de ouders als curatoren en bevestigt de benoeming van een onafhankelijke derde curator.