Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De nadere beoordeling in hoger beroep
onherroepelijkkomt vast te staan dat tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze arbeidsrechtelijke procedure stond de vraag centraal of een voorwaardelijke ontbinding van een arbeidsovereenkomst rechtsgeldig kon worden uitgesproken. De kantonrechter had ontbinding uitgesproken voor het geval dat in rechte onherroepelijk zou komen vast te staan dat tussen partijen sprake was van een arbeidsovereenkomst.
Na prejudiciële beslissingen van de Hoge Raad, waarin werd verduidelijkt dat onder de Wwz een voorwaardelijke ontbinding slechts mogelijk is indien de opzegging door dezelfde rechter wordt vernietigd, oordeelde het hof dat de door de kantonrechter verbonden voorwaarde onjuist was geformuleerd. Het hof stelde dat de juiste voorwaarde moest zijn dat de kantonrechter de opzegging zou vernietigen.
Het hof bevestigde dat tussen partijen geen arbeidsovereenkomst bestond en vernietigde daarom de bestreden beschikking voor zover deze de ontbinding betrof. Tevens veroordeelde het hof de geïntimeerde in de proceskosten wegens het verbinden van een onjuiste voorwaarde aan het ontbindingsverzoek.
De grieven van appellant konden daardoor onbesproken blijven en het hoger beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de voorwaardelijke ontbinding wegens onjuiste voorwaarde en bevestigt dat geen arbeidsovereenkomst bestond.