Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit over hun in 2013 geboren kind, die sinds 2014 onder toezicht staat en uit huis geplaatst is vanwege ernstige zorgen over de opvoedingssituatie bij de moeder. De moeder heeft een verstandelijke beperking en geheugenproblemen, waardoor zij niet in staat is adequaat voor het kind te zorgen. Ondanks intensieve hulpverlening is er geen verbetering opgetreden en is het kind sindsdien in pleeggezinnen geplaatst.
De rechtbank beëindigde het gezag van de ouders en benoemde de William Schrikker Stichting tot voogd. De moeder ging hiertegen in hoger beroep, maar het hof overweegt dat het belang van het kind bij zekerheid, continuïteit en ongestoorde hechting voorop staat. De moeder is niet in staat het kind de noodzakelijke verzorging en veiligheid te bieden, wat een ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling van het kind.
Het hof sluit zich aan bij de visie dat terugplaatsing niet mogelijk is en dat het gezag van de moeder dient te worden beëindigd om het verblijf bij de pleegouders te bestendigen. Voortzetting van het gezag zou leiden tot voortdurende verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, wat onrust en onzekerheid veroorzaakt. De beschikking van de rechtbank wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en handhaaft de voogdij bij de William Schrikker Stichting.