ECLI:NL:GHARL:2017:7667
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis voor ondergaan lijfsdwang
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het verzoek van verdachte om de voorlopige hechtenis te schorsen teneinde lijfsdwang te ondergaan. Verdachte was veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar en zat in voorlopige hechtenis. Het hof overwoog dat lijfsdwang een dwangmiddel is bedoeld om betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel af te dwingen, en dat het Openbaar Ministerie grote vrijheid heeft in de uitvoering hiervan.
Het hof benadrukte dat het rechtskarakter van lijfsdwang wezenlijk verschilt van dat van voorlopige hechtenis en dat het niet kan treden in de executiebevoegdheid van het Openbaar Ministerie. Schorsing van voorlopige hechtenis om lijfsdwang te ondergaan is daarom niet mogelijk, tenzij vanaf het moment dat het Openbaar Ministerie de lijfsdwang daadwerkelijk uitvoert, maar daar is geen zicht op.
Daarnaast ontbrak het hof aan informatie over de wijze en plaats van tenuitvoerlegging van de lijfsdwang, waardoor niet kon worden beoordeeld of dit verenigbaar is met de strafvorderlijke belangen die met de voorlopige hechtenis worden gediend. Op grond van deze overwegingen wees het hof het verzoek af, met toepassing van de artikelen 80 en 577c Sv.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.