Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd en hebben een verzoek tot echtscheiding ingediend met nevenvoorzieningen over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van de gemeenschap vastgesteld, waarbij de vrouw huurder werd van de woning. Beide partijen kwamen in hoger beroep met grieven over onder meer de echtscheiding, partneralimentatie, en de verdeling van de inboedel en schulden.
Het hof oordeelde dat het huwelijk duurzaam was ontwricht en bevestigde de echtscheiding. De vrouw vroeg een bijdrage in haar levensonderhoud, maar het hof concludeerde dat de man onvoldoende draagkracht had om bij te dragen. De verdeling van de inboedel werd grotendeels bekrachtigd, waarbij de wasmachine aan de man werd toegedeeld. De waarde van de auto werd vastgesteld op €250, waarvoor de man €125 aan de vrouw moet betalen.
De vrouw stelde dat de gouden sieraden verknocht waren en niet verdeeld hoefden te worden, maar het hof vond onvoldoende onderbouwing voor verknochtheid en kende de sieraden toe aan de vrouw met een vergoeding van €625 aan de man wegens overbedeling. De schulden aan een bedrijf vielen volgens het hof terecht in de gemeenschap en moesten gelijk verdeeld worden. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bepaalde een aangepaste verdeling van de gemeenschap met toedeling van sieraden aan de vrouw en een vergoeding voor de auto, en bekrachtigde de overige beslissingen.