4.3De kantonrechter heeft geoordeeld dat Zinzia wel ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en heeft daarvoor het volgende relevant geacht:
- [verweerster] is uitgenodigd voor een gesprek op 11 januari 2016 over een klacht van familie B.,
maar hoewel dit onderwerp aan de orde is gekomen bleek de reden een andere: zonder hoor en wederhoor of waarschuwing vooraf werd meegedeeld dat [verweerster] disfunctioneerde;
- vanaf 2004 zijn er geen functioneringsgesprekken gevoerd terwijl de uitkomst van een 360 graden feedback in 2015 over het functioneren van [verweerster] positief was;
- met betrekking tot verwijt 1 in het onder 3.6 bedoelde verslag is van belang dat [verweerster] niet beschikte over informatie die Zinzia wel had en zij heeft geen eerlijke kans gehad zich tegen aantijgingen te verdedigen;
- verwijt 2 in dat verslag betreft een oude casus die in september 2014 is afgerond en waarin geen reden is gezien voor extra begeleiding van [verweerster] ;
- Zinzia heeft [verweerster] vals beschuldigd van het verzwijgen van een aantekening in het BIG-register. [verweerster] had geen aantekening in dat register;
- het derde verwijt in genoemd verslag is onterecht nu Zinzia niet eerder duidelijk heeft gemaakt wat zij op dit punt van [verweerster] verwacht;
- niet is gebleken dat Zinzia eerder duidelijk heeft gemaakt dat [verweerster] zich op de punten 3 en 4 moest verbeteren;
- voldoende aannemelijk is dat Zinzia in dit gesprek heeft aangestuurd op ontslagname door [verweerster] waarbij de kantonrechter niet uitsluit dat dit voorstel van Zinzia is ingegeven door de omstandigheid dat zij dan in beginsel geen transitievergoeding verschuldigd zou zijn;
- wat zich na 11 januari 2016 tussen partijen heeft afgespeeld, ziet de kantonrechter als uitvloeisel van het door Zinzia opgezegde vertrouwen;
- Zinzia heeft uit het oog verloren dat zij, naast haar verantwoordelijkheid uit hoofde van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: Wkkgz), als goed werkgever ook open moet communiceren met de werknemer over mogelijk disfunctioneren en reële mogelijkheden moet bieden concrete punten te verbeteren;
- door gelijk beschuldigingen te uiten heeft Zinzia iedere kans op vruchtbare samenwerking, al dan niet na een reëel verbetertraject, ontnomen;
- [verweerster] is op non actief gesteld en kreeg een verbod tot contact met collega's, naar aanleiding van een klacht van familie K. zonder dat [verweerster] op de hoogte is gesteld van de inhoud van het gesprek tussen Zinzia en de familie K. en zonder dat [verweerster] gelegenheid voor weerwoord heeft gekregen;
- voldoende aannemelijk is dat Zinzia ook in het gesprek van 3 maart 2016 duidelijk heeft gemaakt geen enkel vertrouwen te hebben in verdere samenwerking en [verweerster] heeft laten bungelen tot deze zich genoodzaakt zag zelf ontbinding te verzoeken;
- Zinzia heeft niet onvoorwaardelijk ingestemd met mediation, ondanks het advies van de bedrijfsarts om de STECR-richtlijnen te volgen.