Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.de vennootschap onder firma[geïntimeerde 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3],
wonende te [woonplaats] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen De IJsvogel Groep B.V. (DIJG) en een franchisenemer over de naleving van een concurrentiebeding en de betaling van contractuele boetes na beëindiging van een franchiseovereenkomst.
De franchiseovereenkomst was oorspronkelijk gesloten voor vijf jaar met automatische verlenging, maar werd door DIJG opgezegd per 1 januari 2012. Na de opzegging ontstond een diffuse situatie waarin de franchisenemer de winkel bleef exploiteren, maar met een steeds eigenzinniger uitstraling en minder binding met de franchiseformule.
DIJG vorderde in kort geding onder meer een verbod op concurrerende activiteiten en betaling van boetes wegens overtreding van het concurrentiebeding. De voorzieningenrechter wees het verbod af maar kende een voorwaardelijke boetebetaling toe. In hoger beroep bevestigde het hof dat het concurrentiebeding niet meer van toepassing was vanwege de diffuse voortzetting van de relatie en het ontbreken van een verlenging of hernieuwde afspraken. Ook de boetenvordering werd afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over de geldigheid van het beding.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde DIJG in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van DIJG af wegens het ontbreken van geldigheid van het concurrentiebeding en onvoldoende spoedeisend belang.