Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak bestaande uit een winkelruimte met bovenwoning, waarvan de waarde per 1 januari 2014 voor het belastingjaar 2015 werd vastgesteld op €278.000. De heffingsambtenaar legde aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor niet-woning op, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof onderzocht de waardebepaling en de kwalificatie van de onroerende zaak. De taxatie van de heffingsambtenaar werd kritisch beoordeeld vanwege onvoldoende onderbouwing van verschillen met referentieobjecten en onduidelijkheid over de waardepeildatum. Belanghebbende stelde een lagere waarde van €220.000 voor, maar dit werd verworpen omdat de benedenverdieping niet als woning kon worden gekwalificeerd.
Het hof concludeerde dat de winkelruimte nog steeds als winkel in gebruik is, ondanks staking van de onderneming, mede door het behoud van etalage en verkoopactiviteiten. De waarde werd in goede justitie vastgesteld op €250.000, waarvan 60% aan de woning en 40% aan de winkelruimte wordt toegerekend. Omdat de waarde van de woning minder dan 70% bedraagt, geldt het tarief voor niet-woningen voor de gehele zaak. De aanslag OZB gebruiker niet-woning wordt verminderd met de waarde van het woningdeel. Het beroep is gegrond verklaard en de aanslagen zijn dienovereenkomstig verminderd.
Uitkomst: Het hof stelt de waarde van het pand vast op €250.000 en vermindert de aanslagen OZB eigenaar en gebruiker niet-woning.