Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure stelde appellante hoger beroep in tegen een vonnis van de kantonrechter. Tijdens de behandeling van het hoger beroep verscheen de wederpartij niet, waarna verstek werd verleend. Appellante kreeg uitstel om een nieuwe advocaat te stellen en een memorie van grieven in te dienen. Dit is echter niet gebeurd, mede doordat de eerdere advocaat zich had onttrokken.
Volgens art. 133 lid 4 Rv Pro vervalt het recht om een proceshandeling te verrichten indien deze niet binnen de gestelde termijn wordt verricht en geen uitstel wordt verkregen. Het Landelijk procesreglement (Lpr) bepaalt dat termijnen ambtshalve worden nageleefd. Door het niet indienen van de memorie van grieven binnen de gestelde termijn verviel het recht van appellante om grieven te dienen.
Het hof oordeelde dat het bestreden vonnis niet in strijd was met openbare orde en dat het hoger beroep daarom verworpen moest worden. Appellante werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld. Het arrest werd uitgesproken door het hof te Leeuwarden op 31 oktober 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is verworpen wegens het niet tijdig nemen van de memorie van grieven.