Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Beoordeling
22 december 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:10365). Van de gemachtigde als professioneel rechtsbijstandverlener mag worden verwacht dat hij in staat is om binnen een redelijke termijn alsnog de gronden van het beroep in te dienen dan wel, indien dat niet mocht blijken te lukken, om een nadere termijn daarvoor te verzoeken. De gemachtigde heeft ruim de tijd gehad om voorafgaand aan de beslissing van de officier van justitie d.d. 13 augustus 2014 gronden in te dienen of zodanig verzoek te doen, maar heeft dit nagelaten. Het hof concludeert dat de gemachtigde aldus voldoende gelegenheid had tot indiening van de gronden, maar er zelf voor heeft gekozen om daarvan geen gebruik te maken.