ECLI:NL:GHARL:2016:10365
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Sekeris
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Overzichtsarrest over aanvullen beroepsgronden in bestuursrechtelijke WAHV-zaken
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende een administratieve sanctie wegens parkeren in strijd met een parkeerverbod, stelde het hof vast dat het beroepschrift van de betrokkene wel gronden bevatte, namelijk de ontkenning van de gedraging en de verwijtbaarheid daarvan. De betrokkene had uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verzocht om een termijn voor het aanvullen van de gronden na ontvangst van relevante stukken.
Het hof benadrukte dat de inhoud van het beroepschrift bepalend is en niet de kwalificatie als 'pro forma'. Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet een beroepschrift ten minste gronden bevatten, wat in WAHV-zaken snel is voldaan door een indicatie waarom men het niet eens is met het besluit. Indien geen gronden zijn opgenomen, moet de indiener de mogelijkheid krijgen deze alsnog binnen een redelijke termijn aan te vullen.
In deze zaak had de officier van justitie de betrokkene niet de gelegenheid geboden om de gronden aan te vullen, ondanks het uitdrukkelijke verzoek daartoe. Het hof oordeelde dat dit een schending van beginselen van behoorlijke procesvoering is en vernietigde daarom de beslissing van de officier van justitie en de beslissing van de kantonrechter die deze in stand hield.
Het hof verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond omdat de gedraging was vastgesteld en niet werd betwist met specifieke feiten. Tot slot veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de kantonrechter en verklaart het beroep gegrond.