Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden ouders met gezamenlijk gezag over twee jonge kinderen. De moeder verzocht om vervangende toestemming om met de kinderen naar het buitenland te verhuizen, wat door de rechtbank was afgewezen. Het hof bevestigt deze afwijzing na een belangenafweging.
De moeder woont al tien jaar in Nederland en heeft recent een baan met 32 uur per week, waardoor zij financieel zelfstandig kan zijn. Er is geen bewijs dat zij alleen in het buitenland een zelfstandig bestaan kan opbouwen. Ook haar argumenten over heimwee en mentale gesteldheid rechtvaardigen geen verhuizing.
Het hof weegt mee dat een verhuizing de contactmogelijkheden van de kinderen met de vader en diens familie ernstig beperkt. De voorgestelde omgangsregeling na verhuizing biedt onvoldoende compensatie en brengt hoge reistijd en kosten met zich mee. De communicatie tussen ouders is moeizaam, wat het risico op contactverlies vergroot.
Gezien de belangen van de kinderen en ouders concludeert het hof dat de verhuizing niet in het belang van de kinderen is en bekrachtigt het de eerdere beschikking van de rechtbank. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor verhuizing met de kinderen naar het buitenland af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.