ECLI:NL:GHARL:2017:9639
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.D.S.L. Bosch
- G. Jonkman
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap na overlijden man met buitenlandse vennootschappen
Deze civiele zaak betreft de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen de erven van de overleden man en zijn ex-echtgenote [C]. De rechtbank had eerder een beschikking gegeven waarbij de aandelen in de vennootschap [E] BV volledig aan de man werden toegedeeld, maar beide partijen gingen hiertegen in hoger beroep. Na het overlijden van de man werd de procedure voortgezet door zijn erven.
Het hof heeft de peildatum voor de samenstelling van de gemeenschap vastgesteld op 1 januari 2008 en de waarderingsdatum op 31 december 2010. De voormalige echtelijke woning is aan [C] toegewezen onder de verplichting van de hypothecaire lening. De aandelen in [E] BV en de daarmee samenhangende activa en schulden zijn gelijkelijk verdeeld tussen [C] en de erven, waarbij het hof rekening hield met het ontbreken van ondernemerschap door de erven na het overlijden van [A].
Verder zijn diverse gronden en bankrekeningen besproken, waarbij het hof oordeelde dat bepaalde buitenlandse bankrekeningen niet tot de gemeenschap behoorden. De vordering van [C] tot verrekening van diverse betalingen werd grotendeels afgewezen, behoudens een deel van de mediator-kosten. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank, behalve voor de woning en de kosten van de deskundige, en stelde de verdeling van de gemeenschap als beschreven vast. [C] is veroordeeld tot betaling van een bedrag aan overbedeling aan de erven.
Uitkomst: Het hof wijst de verdeling van de huwelijksgemeenschap toe met gelijke verdeling van de aandelen en legt aan [C] een betaling van €189.560,89 aan de erven [A] op wegens overbedeling.