Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland. Appellant heeft het verschuldigde griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijn, ondanks de mogelijkheid om zich uit te laten over de toepassing van de hardheidsclausule. Het hof constateert dat geen omstandigheden zijn aangevoerd die tot toepassing van de hardheidsclausule zouden kunnen leiden.
Op grond van artikel 127a lid 2 Rv in samenhang met artikel 353 Rv Pro ontslaat het hof geïntimeerde van de instantie en veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep. De kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 1.163,-, bestaande uit verschotten en het salaris van de advocaat.
De beslissing van het hof is dat geïntimeerde van de instantie wordt ontslagen en appellant de proceskosten moet betalen. Hiermee wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de griffierechtverplichting.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt ontslagen van de instantie en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten wegens niet betalen van het griffierecht.