Uitspraak
Franeker Zuid,
de gemeente,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
11 januari 2006 gesloten exploitatieovereenkomst gehouden is om - reeds vanaf
De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan die bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.”. Franeker Zuid heeft (overigens terecht) niet gegriefd tegen de maatstaf die door de rechtbank is vastgesteld. Het hof zal daarop dus niet hoeven ingaan.
dat partijen de grondexploitatie wensen te voeren tegen marktconforme voorwaarden, waaraan de gemeente in beginsel haar medewerking zal verlenen, daarnaast wordt door partijen het uitgangspunt gehanteerd dat het rendement van de grondexploitatie en de opstalexploitatie in een redelijke, nader vast te stellen, verhouding tot elkaar moeten staan”. In aansluiting hierop hebben partijen zich, zo is niet in geschil, voorafgaand aan de totstandkoming van de exploitatieovereenkomst ingespannen om te komen tot een (zoveel mogelijk) sluitende grondexploitatie. Als gevolg van die inspanning is bijvoorbeeld de keuze gemaakt voor de grondbank. Die keuze had onder meer tot gevolg dat door Franeker Zuid een fiscaal voordeel van 6% overdrachtsbelasting zou worden behaald.
de wijziging van (publiekrechtelijke) regelingen die gevolgen hebben voor de rechtsverhouding tussen partijen, waaronder geen of geen verdere uitwerking aan deze overeenkomst kan worden gegeven” (lid 1 sub b). Voor dat geval bepaalt lid 2 dat partijen in onderling overleg zullen treden, waarbij “
de oorspronkelijke uitgangspunten zoveel mogelijk gehandhaafd worden teneinde de sluitendheid van de alsdan te herziene Grondexploitatie met zo gering mogelijke aanpassingen te bereiken”.