De heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren stelde de WOZ-waarde van de woning aan de A-straat 60 te Z per 1 januari 2015 vast op €518.000. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €438.000 voor, met name vanwege het verschil in gehanteerde oppervlakte bij de waardering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 14 november 2018 werd het taxatierapport van de heffingsambtenaar besproken, waarin drie vergelijkbare woningen werden gebruikt om de waarde te onderbouwen.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar consistent was in het gebruik van de perceeloppervlakte bij de waardering en dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten passend waren. De hogere waarde werd vooral verklaard door de relatief grote perceeloppervlakte. De door belanghebbende aangevoerde argumenten en rapporten konden het oordeel niet wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.