Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[geïntimeerde] B.V.,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.Het geding in het principaal en in het incidenteel hoger beroep
“de indruk bestaat dat patiënt door jarenlang slecht werkgeverschap, zonder uitzicht op verbetering, psychische klachten is gaan ontwikkelen”, maar dit is onvoldoende om tot de conclusie te komen dat [geïntimeerde] hieraan debet is. De indruk die de psychiater heeft gekregen is kennelijk (gelet op de opbouw van de brief) gebaseerd op de anamnese van [appellant] , maar kan niet zonder meer worden herleid tot in rechte vaststaande feiten, laat staan dat sprake is van een causale relatie.