Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over de aansprakelijkheid van een bewindvoerder jegens de rechthebbenden, die stellen dat de bewindvoerder tekort is geschoten in haar zorgplicht door bepaalde facturen, waaronder kinderopvangkosten, niet te voldoen, waardoor nieuwe schulden zijn ontstaan.
In eerste aanleg werd de klacht over de handelswijze van de bewindvoerder gegrond verklaard, maar het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. De rechthebbenden gingen hiertegen in hoger beroep en vorderden vergoeding van €12.594,87. De bewindvoerder voerde verweer en kwam met een incidenteel hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de bewindvoerder inderdaad tekort is geschoten door de bijzondere bijstand voor kinderopvang niet uitsluitend voor die kosten te gebruiken, waardoor nieuwe schulden zijn ontstaan. Dit is niet in lijn met de zorg van een goed bewindvoerder. Echter, de rechthebbenden hebben onvoldoende aangetoond dat zij daardoor schade hebben geleden, mede omdat de totale schuldpositie is afgenomen.
Daarom bekrachtigt het hof de eerdere beschikking en wijst het de schadevergoeding af. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De klacht over tekortschieten van de bewindvoerder wordt gegrond verklaard, maar de gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schade.