Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een toegelaten instelling gericht op ouderenhuisvesting, kocht vier seniorenwoningcomplexen van een andere toegelaten instelling die zich op studentenhuisvesting richt. De koopprijs was hoger dan de boekwaarde van de complexen. Belanghebbende betaalde overdrachtsbelasting en maakte aanspraak op vrijstelling op grond van artikel 15 lid 1 onderdeel Pro h Wet BRV in verbinding met artikel 5d lid 1 onderdeel b Uitvoeringsbesluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het geschil spitste zich toe op de vraag of alle activa en passiva die betrekking hebben op de overgedragen taak zijn overgedragen en of commerciële factoren een rol speelden bij de overdracht. Belanghebbende stelde dat dit niet het geval was, de inspecteur betwistte dit.
Het hof oordeelde dat commerciële factoren wel degelijk een rol speelden, omdat de koopsom hoger was dan de boekwaarde. Dit betekent dat de vrijstelling niet van toepassing is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en begunstigend beleid faalden omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat vergelijkbare gevallen tot vrijstelling leidden of dat de inspecteur beleid voerde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling van overdrachtsbelasting wordt niet toegekend.