Uitspraak
[appellant],
SOOB,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en de Verhuur van Mobiele Kranen (SOOB) betaling van premies over de jaren 2007 tot en met 2014 van appellant, handelend onder de naam H. Baas. Appellant betwist onder meer de vordering wegens verjaring van premienota’s over 2007 tot en met 2009 en voert aan dat de premienota’s over 2010 onjuist zijn vastgesteld.
Het hof oordeelt dat de verjaring van de premienota’s over 2007 tot en met 2009 is gestuit door aanmaningen die binnen de verjaringstermijn van vijf jaar zijn verzonden, waardoor het beroep op verjaring faalt. Ten aanzien van 2010 erkent SOOB dat de daadwerkelijke premie lager is dan de ambtshalve facturen, maar weigert deze te verwerken zolang de loongegevens niet digitaal worden aangeleverd. Het hof vindt dit niet gerechtvaardigd en wijzigt het bedrag dienovereenkomstig.
De hoofdsom wordt vastgesteld op € 6.256,45, vermeerderd met rente en incassokosten, totaal € 7.708,85. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 9 februari 2016. Het hof vernietigt het eerdere vonnis voor zover het een hoger bedrag toekende, bekrachtigt het verder en compenseert de kosten van hoger beroep, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof veroordeelt appellant tot betaling van € 7.708,85 met rente en compenseert de kosten van hoger beroep.