Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben een minderjarige dochter die onder toezicht is gesteld. De man heeft in 2017 verzoek tot echtscheiding ingediend, terwijl de vrouw dit aanvankelijk betwistte. De rechtbank Gelderland sprak op 14 november 2017 de echtscheiding uit en bepaalde dat de man huurder blijft van de gezamenlijke woning.
De vrouw ging in hoger beroep tegen de echtscheiding, stellende dat het huwelijk niet duurzaam ontwricht is en dat partijen nog als echtpaar functioneren. De man stelde dat hij geen genegenheid meer voelt, niet meer samenwoont met de vrouw en geen uitzicht is op herstel van de echtelijke verhoudingen.
Het hof oordeelde dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, mede gelet op de verklaringen van de man en het ontbreken van een gezamenlijk huishouden. Het contact tussen partijen is onvoldoende om te spreken van een voortzetting van de echtelijke relatie. De grief van de vrouw faalt en het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk.