Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
16.1. Deze koopovereenkomst kan door koper worden ontbonden indien uiterlijk:
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
er zorg voor te dragen dat de mededeling dat de ontbinding wordt ingeroepen, uiterlijk op de werkdag na de datum waarvan in de betreffende ontbindende voorwaarde sprake is door de wederpartij of diens makelaar is ontvangen.”Koper heeft via zijn adviseur van Waterman Financieel Advies op 18 mei 2015 een beroep gedaan op het financieringsvoorbehoud. Tussen partijen staat niet ter discussie dat deze brief op 18 mei 2015 ook door de makelaar van verkoopster is ontvangen. Naar het oordeel van het hof is het beroep op het financieringsvoorbehoud daarmee tijdig gedaan. Dat verkoopster pas een dag later de brief via haar makelaar heeft ontvangen, kan koper dus niet worden tegengeworpen. Verkoopster heeft nog gesteld dat de afwijzing van de geldverstrekkende instelling niet is gevoegd bij de brief waarin een beroep op het financieringsvoorbehoud wordt gedaan. De afwijzing van BLG Wonen zou verkoopster pas enkele dagen later hebben ontvangen. Het hof verwerpt deze stelling. Koper heeft gewezen op een regel in de brief van 18 mei 2015 waarin staat dat de afwijzing van de geldverstrekkende instelling als bijlage is bijgevoegd. De brief van 18 mei 2015 is gezonden aan de makelaar van verkoopster. Gesteld nog gebleken is dat de brief van BLG Wonen als bijlage bij de brief van 18 mei 2015 niet door de makelaar is ontvangen. Het hof gaat er dan ook vanuit dat de makelaar zowel het beroep op het financieringsvoorbehoud als de afwijzing van de geldverstrekkende instelling tijdig heeft ontvangen.