Uitspraak
[verzoeker],
1.Het verloop van de procedure
en mr. Roosjen hebben het verzoek mondeling toegelicht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In de strafzaak met parketnummer 21-004158-16 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid omdat de kamer tijdens de mondelinge behandeling niet direct een beslissing gaf op zijn onderzoekswensen.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek als tijdig en ontvankelijk, maar stelde vast dat de vermeende vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was. De kamer oordeelde dat het uitstellen van een beslissing op onderzoekswensen niet impliceert dat de rechters al een oordeel over schuld of bewijs hadden gevormd.
De wrakingskamer benadrukte het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 11 december 2018 en ondertekend op 18 december 2018.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen drie raadsheren wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.