Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: betrokkene,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene, geboren in 1994, verzocht de rechtbank om onderbewindstelling over haar goederen vanwege haar onvermogen haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep heeft betrokkene aangevoerd dat haar verzoek mede gebaseerd is op haar geestelijke toestand, specifiek ADD/ADHD en sociaal-emotionele onrijpheid, waardoor zij impulsief is en moeite heeft met het beheren van haar financiën.
Het hof heeft op basis van het dossier en de zitting vastgesteld dat betrokkene daadwerkelijk niet in staat is haar financiële belangen adequaat te behartigen. Dit blijkt onder meer uit haar oplopende schulden, waaronder een schuld bij DUO waarvoor een deurwaarder is ingeschakeld, en haar samenwoning met een partner die eveneens onder bewind staat.
Het hof acht een onderbewindstelling noodzakelijk en passend, waarbij het de voorkeur van betrokkene voor de bewindvoerder [B] volgt. [B] wordt benoemd tot bewindvoerder met de taak de zelfredzaamheid van betrokkene te vergroten. De eerdere beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het verzoek tot onderbewindstelling wordt alsnog toegewezen.
Uitkomst: Het hof stelt de goederen van betrokkene onder bewind en benoemt de beoogd bewindvoerder.