ECLI:NL:GHDHA:2020:319
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- F.R. Salomons
- A.A.F. Donders
- A.J. van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep beoogd bewindvoerder bij onderbewindstelling
In deze civiele zaak ging het hoger beroep over de onderbewindstelling van goederen van een rechthebbende. De kantonrechter had een bewindvoerder benoemd die niet de verzoekster was, ondanks dat zij als beoogd bewindvoerder was voorgesteld. De verzoekster, tevens advocaat, stelde zich op het standpunt dat zij als belanghebbende moest worden aangemerkt en dus ontvankelijk was in het hoger beroep.
Het hof heeft eerst het verloop van het geding in eerste aanleg en de procedure in hoger beroep vastgesteld. De verzoekster had het verzoek tot onderbewindstelling namens de rechthebbende ingediend en was ook opgeroepen als belanghebbende in eerste aanleg. In hoger beroep stelde zij dat zij daardoor ontvankelijk moest zijn.
Het hof oordeelde echter dat de verzoekster als beoogd bewindvoerder niet als belanghebbende in de zin van artikel 798 Rv Pro kon worden aangemerkt, omdat de zaak niet rechtstreeks haar rechten of verplichtingen betrof. Ook de nadere opsomming in artikel 798 lid 2 Rv Pro voor onderbewindstelling gaf haar geen belang. Het procesreglement dat de beoogd bewindvoerder als belanghebbende aanmerkt, bood onvoldoende grond om hiervan af te wijken.
Daarom verklaarde het hof de verzoekster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en wees het verzoek tot benoeming af. De beslissing werd uitgesproken door drie raadsheren op 19 februari 2020.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep omdat zij geen belanghebbende is.