Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker, verder te noemen: verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter Midden-Nederland waarin het verzoek tot ontslag van de executeur en bewindvoerder van een nalatenschap werd afgewezen. De erflater had in zijn testament de verweerder benoemd tot executeur en bewindvoerder. Verzoeker, een erfgenaam, vorderde onder meer het ontslag van de executeur wegens vermeende tekortkomingen in de afwikkeling van de nalatenschap.
Het hof stelt vast dat de executeur zijn taken nagenoeg heeft voltooid: alle schulden zijn voldaan, boedelbeschrijvingen zijn gemaakt, legaten zijn uitgekeerd behalve één vanwege een belastingclaim in Spanje. De executeur heeft de nalatenschap verdelingsklaar gemaakt en voldaan aan de verplichtingen uit de beschikking van de kantonrechter.
Het hof oordeelt dat verzoeker geen belang meer heeft bij ontslag van de executeur, mede gelet op de extra kosten en vertraging die benoeming van een nieuwe executeur met zich mee zou brengen. Betwistingen over betaalde bedragen en voorschotten dienen in een aparte rekening- en verantwoordingprocedure te worden behandeld. Het bewijsaanbod van verzoeker wordt verworpen wegens onvoldoende concreetheid.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het verzoek tot ontslag van de executeur af.