Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
20 februari 2018
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was bestuurder van een BV die een overgeprijsde machine leverde aan een Litouwse vennootschap, waarbij gelden via een Hongkongse vennootschap en Zwitserse bankrekeningen werden verplaatst. De Inspecteur stelde een aanslag IB/PVV 2009 vast, waarbij €360.000 op Zwitserse rekeningen als inkomen werd aangemerkt en de rendementsgrondslagen in box 3 werden verhoogd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het Hof oordeelde dat belanghebbende de vereiste aangifte niet had gedaan, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en verzwaard. Het Hof achtte aannemelijk dat de bedragen als resultaat uit overige werkzaamheden genoten waren en verwierp het verweer dat het om leningen ging.
De schattingen van de Inspecteur werden als redelijk en niet willekeurig beoordeeld, mede gezien het gebrek aan inzicht in bankrekeningen en eerdere betrokkenheid bij kick-backconstructies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2009 wordt bevestigd.