Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De beoordeling van de grieven en de vordering
- [kind 1] , geboren op [geboortedatum] 1997;
- [kind 2] , geboren op [geboortedatum] 1999, en
- [kind 3] , geboren op [geboortedatum] 2001.
levensonderhoud;
huisvesting, waarondernietbegrepen de interesttermijnen met betrekking tot geldleningen aangegaan ter financiering van de gezamenlijke door partijen bewoonde of te bewonen woning, maar wel de huurtermijnen aangaande de huur van een woning die door beide partijen als zodanig wordt gebruikt;
de uitgaven ter zake van reparatie en het onderhoud van de gemeenschappelijke goederen;
studie;
gebruikelijke schadeverzekeringen met inbegrip van de premie voor eventuele ziektekostenverzekering;
gezamenlijke vakanties;
hobby’s en gebruikelijke (gezins)activiteiten;
kleding;
door beiden gebruikte vervoersmiddelen.
de rechten uit de kapitaalverzekeringen afgesloten bij respectievelijk Fortis ASR, polisnummer [polisnummer] en Delta Lloyd, polisnummer [polisnummer] .
f385,- stortte. Van deze rekening werden de hypotheek en dergelijke betaald. De andere bankrekening was voor de boodschappen. De vrouw heeft het door de man verklaarde niet betwist. Uit de e-mail van 5 januari 2016 van de Rabobank aan de man volgt dat de premie voor de Opmaatpolis vanaf 1996 steeds betaald is van de bankrekening eindigend op nummer 209. Het betreft, zo leest het hof in de brief van 8 november 2017 van de Rabobank aan de man, de bankrekening met nummer [bankrekening 2] . Deze bankrekening is in 2005 op naam van de man gezet. Uit de voorgaande feiten volgt dat de vrouw voorafgaand aan het sluiten van het convenant middels de betalingen op de hiervoor genoemde bankrekening heeft bijgedragen aan de betaling van de premies in de periode tot 2005.