Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uit het huwelijk van partijen is een minderjarige geboren in 2010. Partijen hadden gezamenlijk gezag. Na echtscheiding is een zorgregeling vastgesteld, die later werd gewijzigd. De vader kreeg in kort geding tijdelijk het recht op omgang ontzegd voor zes maanden. De rechtbank Noord-Nederland heeft vervolgens de omgang met onmiddellijke ingang voor drie maanden ontzegd en de raad verzocht onderzoek te doen naar het gezag en de omgang.
De vader kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht vernietiging en verwijzing naar een andere rechtbank. Het hof oordeelde dat het hoger beroep tegen de tussenbeschikking niet ontvankelijk is omdat de vader geen grieven had gericht tegen het deel van de beschikking dat geen tijdelijke ontzegging betrof. De grief dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden werd niet inhoudelijk behandeld.
Het hof besloot de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep en wees het meer of anders verzochte af. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de bijzondere relatie tussen partijen en het belang van het kind.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk en wijst het meer of anders verzochte af.