Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
gronden:
beslissing:
27 februari 2018in het openbaar uitgesproken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland hoger beroep ingesteld, maar betaalde het griffierecht niet. Het Hof verklaarde hem daarop niet-ontvankelijk. Belanghebbende stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar diende het verzetschrift te laat in.
Tijdens de zitting verklaarde belanghebbende dat hij door drukte met een nieuw bedrijf de nota en herinnering was kwijtgeraakt en dat hij dacht dat de uiterste termijn voor het indienen van het verzetschrift 4 oktober 2017 was. Het verzetschrift werd die dag persoonlijk afgegeven bij de balie van het Paleis van Justitie te Arnhem.
Het Hof oordeelde dat het verzetschrift te laat was ingediend, aangezien de termijn op 3 oktober 2017 afliep. De door belanghebbende aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering op het verzuim. Ook het niet betalen van het griffierecht levert geen grond op om het verzet ontvankelijk te verklaren.
Daarom verklaarde het Hof het verzet niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het Hof verklaart het verzet niet-ontvankelijk wegens te late indiening van het verzetschrift.