Belanghebbende, een woningcorporatie, is integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting vanaf 1 januari 2008. In het kader van de fiscale overgang is een vaststellingsovereenkomst (VSO2) gesloten waarin de waardering van activa en passiva op de fiscale openingsbalans wordt geregeld, inclusief de waardering van leningen op de balans tegen marktwaarde.
De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 2.8.1 van VSO2, met name of bij de berekening van de marktwaarde van leningen de transitorische rente (rente die betrekking heeft op een periode vóór 1 januari 2008 maar betaald wordt na die datum) moet worden meegenomen in de contante waardeberekening. Belanghebbende stelt dat deze rente niet dubbel mag worden gerekend, omdat zij deze reeds onder de kortlopende schulden heeft opgenomen, en dat het niet corrigeren hiervan een fout in de zin van de foutenleer is.
De Inspecteur betoogt dat de transitorische rente wel tot de grondslag van de contante waardeberekening behoort vanwege de fictie in VSO2 en dat er geen sprake is van een fout. Het hof oordeelt dat de transitorische rente niet dubbel mag worden gerekend en dat de waardering van belanghebbende correct is volgens de foutenleer. Hierdoor is de fiscale openingsbalans foutief opgesteld en moet dit worden hersteld in het oudste openstaande jaar, 2009.
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de aanslag van de Inspecteur, stelt het verlies voor 2009 vast op €179.100 en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten en griffierechten.