Partijen zijn in 1995 in gemeenschap van goederen gehuwd en in 2016 gescheiden. De rechtbank had beslist over de verdeling van de woning, bankrekeningen, inboedel, beëindigingsvergoeding en andere financiële kwesties. De man stelde vier grieven in hoger beroep tegen de verdeling van bankrekeningen, inboedel, beëindigingsvergoeding en advocaatkosten. De vrouw stelde twee grieven in incidenteel hoger beroep tegen de woningverdeling en een lening.
Het hof oordeelde dat de belangen van de vrouw onvoldoende waren om de woningverdeling voor drie jaar uit te stellen, mede omdat de kinderen meerderjarig zijn en ingeschreven staan voor eigen woning. De saldi van alle bank- en spaarrekeningen dienen per peildatum bij helfte verdeeld te worden, omdat geen volledige overeenstemming bestond. Het verzoek van de man tot toewijzing van overbedeling in de inboedel werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Betreffende de beëindigingsvergoeding stelde het hof vast dat deze deel uitmaakt van de huwelijksgemeenschap, maar dat een deel gelijk aan een netto maandsalaris als aan de man verknocht wordt aangemerkt. De vrouw hoeft de lening van [F] niet mee te dragen, omdat de man deze schuld volledig voor zijn rekening neemt. De verzoeken tot betaling van advocaatkosten en proceskostenveroordeling werden afgewezen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank voor de bankrekeningen, beëindigingsvergoeding en lening en deed zelf uitspraak over deze punten, waarbij de verdeling en betalingen werden vastgesteld. De overige verzoeken werden afgewezen.