ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4094
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en ontslagvergoeding niet verknocht aan vrouw
Partijen, gehuwd in gemeenschap van goederen, zijn in 2009 gescheiden. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd aangehouden en later vastgesteld met een peildatum in 2012. De vrouw ontving in 2002 een ontslagvergoeding die zij onderbracht in een stamrechtverzekering. De rechtbank had deze vergoeding aan haar toegekend onder de voorwaarde dat zij de helft aan de man zou toescheiden.
De vrouw stelde in hoger beroep dat de ontslagvergoeding aan haar verknocht was vanwege haar ziekte en inkomensachteruitgang, en dat deze niet in de gemeenschap viel. Het hof oordeelde echter dat de vergoeding niet verknocht was omdat zij niet diende ter vervanging van inkomen na ontbinding van de gemeenschap, mede omdat zij pas later arbeidsongeschikt werd. De overige grieven van de man betroffen een lening van zijn moeder, het kapitaalgroeiplan, gebruiksvergoeding woning en inboedel.
Het hof verwierp het bestaan van de lening wegens gebrek aan bewijs, wees het kapitaalgroeiplan toe aan de gemeenschap, en verwierp de gebruiksvergoeding wegens ontbreken van overwaarde. Wel werd de vrouw veroordeeld tot betaling van € 2.500 wegens overbedeling van de inboedel. De eerdere veroordeling tot betaling van € 32.015,89 werd vernietigd en vervangen door een bedrag van € 34.515,89. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Vrouw wordt veroordeeld tot betaling van € 34.515,89 aan man wegens overbedeling; overige grieven afgewezen.