Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zaaknummer 200.224.189/01van
verzoekster in hoger beroep,
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,
zaaknummer 200.227.768/01van
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep tegen beschikkingen van de rechtbank Overijssel inzake de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige2] en de vaststelling van een omgangsregeling met de moeder. De moeder verzocht om vernietiging van de beschikking en terugplaatsing van het kind, alsmede een ruimere omgangsregeling.
Het hof overweegt dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn, mede op basis van een forensisch psychologisch rapport waarin wordt geconcludeerd dat de moeder overschatting van haar opvoedcapaciteiten vertoont en onvoldoende probleeminzicht heeft. Het rapport adviseert continuering van de pleeggezinplaatsing vanwege de kwetsbare hechtingsontwikkeling van de kinderen.
De moeder voerde aan dat de pleegouders onvoldoende rekening houden met de Roma-culturele achtergrond van de kinderen, maar het hof stelt vast dat de pleegouders en de gecertificeerde instelling hier wel degelijk aandacht aan besteden. Deze culturele bezwaren raken de gronden voor uithuisplaatsing niet.
Ten aanzien van de omgangsregeling onderschrijft het hof het advies om de bestaande begeleide omgang van één keer per twee weken voort te zetten, waarbij ondersteuning aan de moeder wordt geboden om het contact te optimaliseren. De moeder heeft onvoldoende gemotiveerd verweer gevoerd tegen dit advies.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikkingen van de rechtbank en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en de omgangsregeling zoals vastgesteld door de rechtbank.