ECLI:NL:GHARL:2018:3561
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep inzake vaststelling dwangsom bij niet tijdig beslissen administratief beroep
De betrokkene kreeg bij beschikking een sanctie opgelegd en stelde administratief beroep in tegen deze beschikking. De officier van justitie nam tijdig een beslissing op het administratief beroep, maar de gemachtigde stelde de officier van justitie later in gebreke wegens het vermeende niet tijdig beslissen en verzocht om vaststelling van een dwangsom. De officier van justitie verklaarde geen dwangsommen verbeurd en de gemachtigde maakte hiertegen bezwaar.
De kantonrechter verklaarde het beroep inzake de vaststelling van de dwangsom ongegrond en wees het verzoek tot kostenvergoeding af. Het gerechtshof oordeelt dat bezwaren tegen het niet vaststellen van een dwangsom alleen aan de orde kunnen zijn bij een reëel besluit en dat een dergelijk rechtsmiddel niet openstaat tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Omdat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep niet-ontvankelijk is verklaard, had de kantonrechter ook het beroep inzake de vaststelling van de dwangsom niet-ontvankelijk moeten verklaren. Het hof vernietigt daarom het deel van de beslissing van de kantonrechter dat het beroep ongegrond verklaart en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep inzake de vaststelling van de dwangsom wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.