ECLI:NL:RVS:2016:164
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit Wet bescherming persoonsgegevens
Appellant maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en verzocht om openbaarmaking van informatie en mededeling over de verwerking van persoonsgegevens. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het Wbp-verzoek niet-ontvankelijk, omdat de brief van de heffingsambtenaar werd gezien als een besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de brief van de heffingsambtenaar geen besluit is in de zin van de Awb, omdat het verzoek slechts intern is doorgezonden naar een bevoegde gemeenteambtenaar en de brief geen extern rechtsgevolg heeft. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom gegrond.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en draagt de heffingsambtenaar op binnen twee weken een besluit te nemen en bekend te maken. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de heffingsambtenaar opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.