Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1. familie [A] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
26 oktober 2017, waarin de raad bericht dat de raad in deze zaak geen relevante stukken kan toevoegen;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
3.De feiten
30 augustus 2017 te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, derhalve tot
30 augustus 2018.
4.De omvang van het geschil
- het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] in een voorziening voor pleegzorg primair af te wijzen, dan wel subsidiair te bepalen dat deze machtiging slechts voor de duur van drie maanden na 6 december 2017 zal worden verlengd, dan wel meer subsidiair te bepalen dat deze machtiging slechts voor de duur van zes maanden na 6 december 2017 zal worden verlengd;
5.De motivering van de beslissingIntrekking verzoek
[K] , tot deskundige(n) te benoemen ex artikel 810a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), dan wel hen op te roepen als getuige-deskundigen, ingetrokken.
5.3 Het hof is op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting tot het oordeel gekomen dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige2] . Daarbij heeft het hof het volgende in aanmerking genomen.
Ten aanzien van [de minderjarige2]