Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z] , Zwitserland(hierna: belanghebbende)
in het geding tussen belanghebbende en
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was in 2012 uitgezonden naar België en liet haar woning in Nederland leegstaan. Zij stemde ermee in dat een pas gescheiden vriendin met haar kinderen de woning bewoonde, zonder vergoeding behalve een bijdrage in energiekosten. Later woonde ook de partner van deze vriendin in de woning, die tevens als postadres voor zijn onderneming werd gebruikt.
De vraag was of de woning nog als 'eigen woning' kon worden aangemerkt voor de inkomstenbelasting, waarbij de kern lag bij de vraag of sprake was van ter beschikking stellen aan derden of een kraakwacht-situatie. Volgens de wet geldt dat bij leegstand en kraakwacht de woning toch als eigen woning kan worden beschouwd, mits niet aan derden ter beschikking gesteld.
Het hof oordeelde dat hier sprake was van gedoogd gebruik door derden, niet van een kraakwacht-situatie. De vriendin en haar partner gebruikten de woning volledig, richtten deze in, en er was geen voorbehoud voor gebruik door belanghebbende. Ook de werkzaamheden van de vriendin gingen verder dan alleen het voorkomen van kraak, zoals het verzorgen van rondleidingen bij verkoop.
Daarmee voldeed de situatie niet aan de voorwaarden voor eigen woning in de zin van artikel 3.111 Wet IB 2001. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de woning kwalificeert niet als eigen woning.