ECLI:NL:GHARL:2018:3895
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen deelgeschilbeschikking inzake aansprakelijkheid Staat na arrestatieteam-inval
In deze civiele procedure vordert appellant dat de Staat aansprakelijk wordt gehouden voor de door hem geleden en nog te lijden (letsel)schade als gevolg van een inval van een arrestatieteam in zijn woning op 12 september 2011. De rechtbank Gelderland wees dit verzoek af in een deelgeschilbeschikking van 24 maart 2016. Appellant startte vervolgens een bodemprocedure en verzocht in de procesinleiding om tussentijds hoger beroep tegen deze deelgeschilbeschikking.
Het hof beoordeelde de ontvankelijkheid van dit hoger beroep. De kernvraag was of aan de voorwaarden van artikel 1019cc lid 3 sub a Rv, zoals aangepast onder de KEI-regeling, was voldaan. Dit houdt onder meer in dat het hoger beroep binnen drie maanden na de datum van verschijning van de wederpartij moet zijn ingesteld en dat de rechtbank verlof moet hebben verleend voor tussentijds hoger beroep.
Uit de stukken bleek dat de Staat op 14 november 2017 in de bodemprocedure was verschenen, en het hoger beroep van appellant op 1 februari 2018 tijdig was ingesteld. Bovendien had de rechtbank bij vonnis van 11 december 2017, elektronisch ondertekend, verlof verleend voor het instellen van tussentijds hoger beroep. De Staat bevestigde dit eveneens. Het hof concludeerde daarom dat het hoger beroep ontvankelijk is en verwees de zaak naar de rol voor memorie van antwoord, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de deelgeschilbeschikking is ontvankelijk verklaard en verwezen naar de rol voor memorie van antwoord.