Uitspraak
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van mr. Sabaroedin van 20 maart 2018 met producties.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, ouders van een kind met verschillende nationaliteiten en woonplaatsen in Polen en Duitsland, zijn in hoger beroep gegaan tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel over kinderalimentatie. De rechtbank had de man verplicht €190 per maand te betalen vanaf 1 maart 2017. De man verzocht verlaging naar €25, terwijl de vrouw een verhoging naar €444 eiste.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was en Nederlands recht van toepassing is op de alimentatieverplichting, mede vanwege de woonplaats van de man en de procedure. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €190 per maand, conform de rechtbank, waarbij het hof de berekening van de man inzake lagere kosten van levensonderhoud in Polen onvoldoende onderbouwd vond.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van een netto inkomen van €1.913 per maand, rekening houdend met omgangskosten en woonlasten. Tot 1 oktober 2017 werd de alimentatie bevestigd op €190 per maand; vanaf die datum werd deze vastgesteld op €129 per maand. Het hof wees de overige verzoeken af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt bevestigd op €190 per maand tot 1 oktober 2017 en daarna vastgesteld op €129 per maand.