Uitspraak
in eerste aanleg: verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,
in eerste aanleg: verweerder, verzoeker in het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de brief van 15 februari 2018, waarmee mr. De Quay zich als advocaat van [verweerder] heeft gesteld;
3.3. De vaststaande feiten
Ik heb aangegeven in gesprek te willen over een transitie van de huidige bestuurder naar een nieuwe. Die transitie zal op enig moment plaatsvinden De tijd range ligt dan tussen nu en de datum waarop ik mijn pensioengerechtigde leeftijd bereik. Er zijn daarbij diverse factoren genoemd zoals:
“
De raad van toezicht en de raad van bestuur van [verzoekster] zijn het gesprek met elkaar gestart over de komende bestuurswisseling. Het gesprek vindt daadwerkelijk plaats tussen de remuneratiecommissie van de raad van toezicht (RvT), bestaande uit [lid RvT 1] en [lid RvT 2] en [verweerder] , bestuurder. [externe procesbegeleider] (…) is gevraagd dit proces te begeleiden en de resultaten ervan vast te leggen. (…) Over de inhoud van deze lijnen en de daarin te zetten stappen bestaat tussen partijen overeenstemming, over de resultaten nog niet. Het bereiken van die resultaten is onderdeel van het verdere proces.
B. Regeling voor het vertrek van [verweerder]Partijen zijn het er over eens dat gestreefd moet worden naar een vertrek van [verweerder] via een ontbindingsovereenkomst, waarin beide partijen zich kunnen vinden, en met een mooi en waardig afscheid. Die overeenkomst is nog niet bereikt en de opvattingen over wat een goede regeling is, liggen nog ver uiteen. [verweerder] heeft te kennen gegeven niet zelf ontslag te zullen nemen. Er moet dus of overeenstemming over het vertrek van [verweerder] bereikt worden of de RvT moet een procedure starten om [verweerder] te ontslaan. De RvT vindt dat bij vertrek van [verweerder] de spelregels uit de WNT moeten gelden, waarbij de ontslagvergoeding maximaal € 75.000 is. [verweerder] is van mening dat zijn vigerende arbeidsovereenkomst hem recht geeft op een veel hogere vergoeding, waarbij hij als indicatie € 500.000 heeft genoemd. (…)De volgende concrete afspraken zijn gemaakt:
“
Zoals toegezegd, heb ik ten behoeve van het gesprek morgenmiddag een en ander geconcretiseerd met betrekking tot onderwerp B: Regeling voor het vertrek van [verweerder] .Voor wat betreft dit onderwerp is er in mijn visie sprake van 2 aspecten: Hoogte van de lump sum schadeloosstelling en de wijze van uitbetaling. (…) Ter voorkoming van maatschappelijke onrust (…) zal er sprake moeten zijn van een pakket met een mix aan ‘regelingen’. Hierbij valt te denken aan:- transitie vergoeding- opschuiven ontslagdatum met vrijstelling van arbeid (…)- (…)- afspraken over een donatie uit het “niet gebonden vrije vermogen” aan een juridische entiteit, die mij daarvan salaris kan betalen- afspraken over het uitvoeren van opdrachten voor [verzoekster] in loondienst (…) of uit loondienst (zzp) tot een afgesproken totale waarde.”
“
Conclusie
In de RvT-vergadering van 7 juni 2017 is besloten te streven naar beëindiging van de relatie met [verweerder] . In een brief van 9 juni 2017 is het voorgenomen besluit om afscheid te gaan nemen van [verweerder] als bestuurder en werknemer aan [verweerder] meegedeeld. [verweerder] heeft zijn reactie op de voorgenomen besluiten schriftelijk aan de RvT doen toekomen.
is per 1 oktober 2017 vrijgesteld van werkzaamheden.