Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
1.[de pleegouders] ,
3.de gecertificeerde instelling
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een minderjarige die in Duitsland geboren is en sinds 2015 met instemming van de moeder bij pleegouders in Nederland woonde. Op 4 maart 2017 heeft de moeder de minderjarige zonder toestemming van de pleegouders meegenomen naar Duitsland, waar hij tot maart 2018 verbleef.
De raad voor de kinderbescherming verzocht de rechtbank om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegouders. De moeder maakte bezwaar en stelde onder meer dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was vanwege de verblijfplaats in Duitsland.
Het hof oordeelde dat ondanks de verblijfplaats in Duitsland de Nederlandse rechter bevoegd blijft vanwege de ongeoorloofde overbrenging zonder toestemming van de pleegouders. De uithuisplaatsing bij de pleegouders is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, die een instabiele voorgeschiedenis heeft en bij de pleegouders stabiliteit en zorg ervaart.
De moeder heeft onvoldoende inzicht getoond in de belangen van de minderjarige en het hof wees het verzoek tot nader onderzoek af. De ondertoezichtstelling wordt bevestigd en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De beschikking tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegouders wordt bekrachtigd.